Hoe hardlopen vet verbrandt

1. Tijdens je run

Wanneer je rustig loopt, gebruikt je lijf vooral langzame spiervezels. Die werken het liefst op vet. Daarom zijn easy runs zo’n goede manier om tijdens je training al veel vet te verbranden. Versnel je tempo en ga je richting zwaardere inspanning, dan kiest je lichaam sneller voor suikervoorraden omdat die direct beschikbaar zijn. Je verbrandt dan nog steeds volop energie, alleen komt die minder uit vet en meer uit glycogeen. In het uitgebreide artikel over hardlopen voor vetverlies lees je precies hoe dat werkt en hoe je je vetverbranding verder kunt versterken.

2. Na je run

Snelle intervallen hebben nog een extra voordeel: het bekende afterburn-effect (EPOC). Na een pittige HIIT-sessie blijft je lichaam namelijk hard werken om te herstellen, waardoor je nog uren extra calorieën verbrandt. Sommige studies laten zien dat dit effect wel tot 14 uur kan doorgaan. HIIT helpt bovendien niet alleen bij het verlagen van je totale vetpercentage, maar ook bij buikvet en visceraal vet. Niet omdat je gericht vet op een plek verbrandt, maar omdat je lichaam na zo’n intensieve prikkel meer energie uit vetopslag haalt.

Waarom spieren opbouwen zo’n groot verschil maakt

Als je loopt én af en toe wat krachttraining meepakt, gebeurt er iets handigs: je bouwt spieren op en voorkomt dat je spiermassa afneemt. Die spieren zijn kleine energieverbruikers die de hele dag door calorieën nodig hebben, zelfs als je op de bank ligt. Hoe meer spiermassa je hebt, hoe hoger je verbranding in rust ligt. Dat betekent dat je lichaam automatisch meer energie uit vet haalt, elke dag opnieuw. Het lijkt misschien een klein effect, maar op lange termijn telt het gigantisch op.

 

van beginner tot 5 km hardlopen: